Trombose

Flebitis

Men spreekt van een trombose wanneer zich een bloedklonter ontwikkelt in een ader, meestal ter hoogte van het been. De aders in het been bestaan uit 2 verschillende systemen. Men heeft het oppervlakkige en diepe systeem. Afhankelijk van waar de bloedklonter zich bevindt spreekt men van een diepe veneuze trombose bij het diepe systeem en een flebitis voor het oppervlakkige.   ​Het is vooral bij een diepe veneuze trombose dat er uitgebreider onderzoek en behandeling noodzakelijk is.

In een deel van de patiënten met een diepe veneuze trombose kan een deel van de klonter loskomen en vast komen te zitten ter hoogte van de longen. Men spreekt dan van een longembool.

Wat is een trombose?

Er bestaan een aantal risicofactoren die een diepe veneuze trombose kunnen uitlokken:

  • Langdurige immobilisatie: hospitalisatie, bedrust, gipsverband

  • Recente heelkundige ingreep

  • Voorgeschiedenis van diepe veneuze trombose

  • Obesitas

  • Trauma ter hoogte van het been

  • Orale contraceptiva

  • Maligniteit

  • Familiale voorgeschiedenis van trombose

  • Stollingsziekten

Wat zijn risicofactoren?

De klachten hangen af van waar de bloedklonter zich bevindt, in het oppervlakkige of diepe systeem:

Oppervlakkige flebitis:

  • Pijn en roodheid in het verloop van een ader

  • De ader voelt meestal hard aan

Diepe veneuze trombose:

  • Zwelling en pijn ter hoogte van het been

  • Roodheid

  • Moeite om te wandelen

Wat zijn de klachten?

Echografie is de eenvoudigste en minst invasieve manier om te kijken of er een bloedklonter aanwezig is. Op deze wijze kan precies worden na gegaan of er en waar de klonter zich precies bevindt. Meestal wordt dit onderzoek aangevuld met een bloedname om enkele mogelijke oorzaken uit te sluiten.

Afhankelijk van de uitgebreidheid van de trombose tijdens het echografisch onderzoek dient er eventueel een bijkomende CT-scan te worden uitgevoerd van de aders in het bekken en de longen. Dit laatste om longembolen uit te sluiten.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De behandeling is enerzijds afhankelijk van waar de bloedklonter zich precies bevindt, meer bepaald of het handelt over een oppervlakkige flebitis of diepe veneuze trombose. Anderzijds is de uitgebreidheid van de trombose een bijkomende factor.

  • Medicatie

Voor de behandeling van een bloedklonter zal quasi steeds bloedverdunners worden voorgeschreven. Dit kan enerzijds gaan over spuitjes die dagelijks gegeven moeten worden. Anderzijds kunnen ook pilletjes worden voorgeschreven. De keuze van medicatie en duur van behandeling is afhankelijk van de locatie van de bloedklonter en de uitgebreidheid van de trombose.

Soorten bloedverdunners

  • Trombolyse

Soms is de bloedklonter zo uitgebreid met tevens duidelijke klachten in het been dat we sterkere bloedverdunning dienen te geven zodat de trombose sneller oplost en de klachten verminderen. Hiertoe dient onder plaatselijke verdoving een catheter te worden ingebracht in de ader waarbij via deze catheter continu bloedverdunners kunnen worden toegediend. Een hospitalisatie is hierbij noodzakelijk en meestal dient deze behandeling enkele dagen te worden gegeven. Eens de bloedklonter (voor het grootste gedeelte) is opgelost, kan terug overgeschakeld worden naar de klassieke medicatie zoals hierboven beschreven.

 

  • Steunkousen

 

Naast medicamenteuze behandeling, zal steeds een steunkous worden voorgeschreven. Dit geeft het been de nodige steun en vermindert de klachten. Zeker wanneer de trombose uitgebreid is, zoals bij een diepe veneuze trombose, kan een steunkous het risico op het ontwikkelen van een posttrombotisch syndroom verminderen.

Behandeling

Dr. Geoffrey Debonnaire

Afspraken maken

+32 9 364 84 54​